logo
Home » Ik ben kind » nav_02.gif (1 Kb)
tekst verkleinentekst vergroten tekstgrootte

Over ziekte, onderzoek en behandeling

 

Wat is...

Als je in het ziekenhuis bent, hoor je soms best moeilijke wooorden. Wij hebben wat woorden op een rijtje gezet met uitleg.

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

A

Allergisch

Betekent dat je ergens niet tegen kan. Sommige kinderen krijgen jeuk van pindakaas, anderen kunnen niet tegen pleisters.

Anesthesioloog

Dat is de slaapdokter. Hij zorgt ervoor dat je niets merkt van een operatie.

B

Bacteriën

Hele kleine ziekteverwekkers. Je kan ze alleen met een microscoop zien.

Behandelkamer

Een kamer waar je naar toe gaat als de dokter je wil onderzoeken of als je bijvoorbeeld geprikt moet worden.

Blaas

Een soort ballon, onderin je buik die je plas opvangt en verzamelt. Als je blaas vol is, voel je dat je moet plassen.

Bloed

Dat rode spul wat uit je vel komt als je valt of je in je vinger snijdt. Het zorgt ervoor dat frisse lucht en eten door je hele lichaam komen.

Botten

De harde stukken in je benen, armen, rug en hoofd. Door die botten zak je niet als een slappe doek in elkaar.

C

Cliniclowns

Clowns die in het ziekenhuis werken.

D

Darmen

Die zitten in je buik en maken van de afvalrestjes van je eten poep.

F

Fysiotherapeut

Een fysiotherapeut weet alles van bewegen.

G

Gips

Dat harde verband dat je om je gebroken arm of been krijgt.

H

Hart

De motor van je lichaam. Pompt de hele dag bloed zonder dat je er iets voor hoeft te doen.

Hersens

Die zitten in je hoofd. Deze computer stuurt je lichaam aan. Daardoor kan je bewegen en voelen en denken.

I

Internist

Deze dokter weet alles over wat er in je buik zit.

K

Kindercardioloog

De kindercardioloog is een kinderarts die verstand heeft van alles wat met je hart te maken heeft (behalve als je liefdesverdriet hebt.)

KNO-arts

Dit is de Keel, Neus en Oorarts.

L

Laboratorium

Hier zoeken ze uit of je bloed, je plas of je poep goed is.

M

Medicijnen

Pillen of drankjes. Die helpen je om beter te worden of je beter te voelen.

Microscoop

Een soort groot vergrootglas. Daarmee kan je bijvoorbeeld ziektemakers zien en bloedcellen

Monitor

Een monitor registreert de hartactie, ademhaling en saturatie ( zuurstofverzadiging in het bloed) van jou. Via plakkers op de buik en borst en een metertje om je hand of vinger worden er diverse waardes geregistreerd op de monitor.

N

Nuchter

Dat betekent dat je helemaal niets mag eten en drinken. Tenminste, tot dat de zuster zegt dat het weer mag.

O

Onderzoek

Als de dokter zo niet kan zien wat er aan de hand is, gaat hij verder zoeken. Bijvoorbeeld met speciale foto’s.

P

Pezen

Bandjes waarmee je spieren aan je botten vastzitten.

Polikliniek

Hier kom je alleen even op bezoek bij de dokter.

R

Ribben

Botjes in je borst. Samen met je ruggewervels vormen ze je ribbenkast.

S

Specialist

Een dokter die heel veel weet van een apart deel van je lichaam. Bijvoorbeeld de KNO-arts.

Spieren

Die grote elastieken die er voor zorgen dat je kan bewegen.

V

Virussen

Ook ziekteverwekkers. Ze zorgen bijvoorbeeld voor griep of het niezen bij een verkoudheid.

jeuk
kriebelend gevoel aan de oppervlakte van de huid dat aanzet tot krabben
pleisters
1. pleisters als verbandmiddel 2. pleisters waarmee bepaalde stoffen in het bloed gebracht worden, bijvoorbeeld nicotine via nicotinepleisters of hormonen via hormoonpleisters voor vrouwen in de overgang
ziekteverwekkers
ziekteverwekkende micro-organismen
cliniclowns
speciaal opgeleide clowns die ernstig en/of chronisch zieke kinderen in ziekenhuizen afleiding bieden, zij komen wekelijks op bezoek om kinderen zo weerbaar mogelijk te maken en te steunen
bloedcellen
rode en witte bloedlichaampjes
virussen
pakketjes erfelijk materiaal die zichzelf niet kunnen voortplanten en levende cellen van andere organismen gebruiken om zichzelf te kopiëren
griep
besmettelijke infectieziekte met als kenmerken onder meer verkoudheid, koorts, hoofdpijn, spierpijn en hoesten