
In 2007 bestond het St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg 180 jaar. In november 2006 werd al het vijfjarig jubileum gevierd van de Medische Boulevard, die de entree vormt van het St. Elisabeth Ziekenhuis. Wat in 1827 begon als een provisorisch gasthuis is in al die jaren uitgegroeid tot een algemeen topklinisch opleidingsziekenhuis.
Eind december 1827 is ‘op de Veldhoven’ - in het huidige Wilhelminapark in Tilburg - door vier rooms-katholieke notabelen in een boerenwoning een provisorisch gasthuis gesticht. Daar konden tien armlastige zieken terecht. Hoe klein ook, voor de snel groeiende textielstad Tilburg was dit gasthuis een welkome voorziening. Tot dan toe hadden zieke armen hun lot thuis moeten ondergaan. Nu konden ze eindelijk terecht in een redelijk hygiënische ruimte, waar iemand voor hen zorgde.
Het huisje op de Veldhoven was al snel te klein. Elf jaar later, in 1838, werd een ruimer gebouw betrokken en de naam werd veranderd in St.
Elisabeth Gasthuis. Het stond in een straat die nog steeds de Gasthuisring heet. Dit gebouw was zo opgezet dat het te allen tijde kon worden uitgebreid. Dat gebeurde dan ook regelmatig in de volgende eeuw. Het jaar 1838 bracht ook de Zusters van Liefde naar het gasthuis. Dit is een nog steeds bestaande congregatie van vrouwelijke religieuzen, die hun leven aan God wijden door onder andere zieken te verplegen. De zusters werkten belangeloos en waren in principe 24 uur per dag beschikbaar voor de patiënten. Deze situatie was vergelijkbaar met religieuze gasthuizen uit de Middeleeuwen.
In de negentiende eeuw startte ook de triomf van de natuurwetenschappen. In het voetspoor daarvan begon omstreeks 1850 een medisch-technische revolutie. Ontdekkingen als narcose, de betekenis van micro-organismen, antiseptische operatiemethoden en röntgenstraling betekenden een spectaculaire vergroting van de mogelijkheden die artsen hadden om zieke patiënten te onderzoeken en te behandelen. Vanaf nu konden medici doordringen in het menselijk lichaam. Het gevolg was specialisatie. Uit de twee oorspronkelijke medische vakken, chirurgie en inwendige geneeskunde, ontstonden tientallen medisch specialismen, die zich op een orgaan (ogen, hart), categorie patiënten (kinderen) of specifieke techniek (anesthesie, klinische chemie) richtten.
De eerste artsen die het St. Elisabeth Gasthuis bezochten, waren huisartsen. Zij verrichtten er ook eenvoudige operaties. De eerste specialist, chirurg J.J. Pastoors, werkte er vanaf 1908. Dit was laat in vergelijking met andere Nederlandse steden. Een andere arts, K.F. Deelen, gaf al in 1894 de aanzet tot vernieuwing van het gasthuis dat in zijn ogen te klein en te ouderwets was voor een stad als Tilburg. De regenten, voor wie zuinige exploitatie boven alles ging, weigerden echter te investeren. Pas 35 jaar later, in 1929, ging het nieuwe St. Elisabeth Ziekenhuis open. Het gebouwencomplex, een ontwerp van de destijds befaamde katholieke ziekenhuisarchitect Eduard Cuypers, stond aan de Jan van Beverwijckstraat aan de oostkant van de stad. Een deel van de gebouwen staat nog steeds overeind.
Terwijl artsen in het oude gasthuis buitenstaanders waren die hun patiënten slechts een bezoek brachten, kwam het nieuwe ziekenhuis onder leiding te staan van een geneesheer-directeur, dr. F.S.P. van Buchem. Rondom deze internist en cardioloog avant-la-lettre ontstond een medische staf, waartoe al spoedig chirurgen, een vrouwenarts, oogarts, zenuwarts en radioloog behoorden.
De voortdurende groei van het aanbod zorgde ervoor dat steeds meer inwoners van Tilburg en omgeving hun weg naar het St.
Elisabeth Ziekenhuis vonden. Tussen 1936 en 1966 werd het aantal opnamen bijna zesmaal en het aantal verpleegdagen driemaal zo groot, terwijl de bevolkingsomvang in dezelfde periode met nog geen vijftig procent steeg. Met name in het begin van de jaren veertig, toen de Duitse bezettingsmacht een ziekenfondsverzekering voor werknemers verplicht stelde, was de groei opvallend (een verdubbeling in opnamen in vier jaar tijd). Om hierop een antwoord te geven moest het ziekenhuis voortdurend uitbreiden, wat vooral vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin Nederland tot de bedelstaf was vervallen, een haast onmogelijke opgave was. In de jaren zestig en zeventig veranderde het eerst zo elegant ingerichte terrein van het St. Elisabeth Ziekenhuis in een wirwar van lelijke en weinig functionele barakken en paviljoens.
Een belangrijke oorzaak voor de groei was ook het beleid van dr. J.B. Stolte, die in 1946 Van Buchem, die hoogleraar in Groningen werd, opvolgde. Stolte maakte van het St. Elisabeth Ziekenhuis een superspecialistisch ziekenhuis waar vakken als neurochirurgie, radiotherapie, urologie, orthopedie, plastische chirurgie en kaakchirurgie hun plaats kregen. Omdat het St. Elisabeth Ziekenhuis als enige in de drie zuidelijke provincies van Nederland deze disciplines binnen zijn muren had, trok het patiënten van ver buiten de regio. Met name dr. M.P.A.M. de Grood heeft, als grondlegger van de in 2002 grootste neurochirurgische praktijk, naam verworven. Een epidemie van poliomyelitis die in 1956 heerste, bevestigde de centrale positie van het St. Elisabeth Ziekenhuis. Patiënten uit heel Zuid-Nederland, vooral kinderen wier longen als gevolg van de ziekte niet meer functioneerden, werden hier kunstmatig beademd. Enkelen van hen hebben tot 1992 in het ziekenhuis gewoond. De in 1956 geopende beademingsafdeling was de - vroege - start van de huidige intensive care-afdeling.
In 1966 dacht men het ruimtegebrek dat uit al de activiteiten voortvloeide, te hebben overwonnen, toen in het noorden van Tilburg het tweede ziekenhuis van de stad werd geopend: het Maria Ziekenhuis. Omdat deze uitbreiding maar korte tijd soelaas bood, was er eind jaren zestig al sprake van nieuwbouwplannen voor het St. Elisabeth Ziekenhuis zelf. In eerste instantie dacht men aan enkele verpleegtorens op het bestaande terrein, maar al spoedig kwam een radicalere oplossing in beeld: een volledig nieuw ziekenhuis elders in de stad. Net als in het begin van de twintigste eeuw waren de politieke verwikkelingen ook nu weer tijdrovend en gecompliceerd. In 1982 verhuisde het St. Elisabeth Ziekenhuis naar het huidige onderkomen, het vierde in anderhalve eeuw tijd. De architect was A. Nijst van hetzelfde bureau waaraan Eduard Cuypers, de ontwerper uit 1929, ooit leiding gaf. De nieuwbouw heeft een zogeheten dubbele kamstructuur: ze bestaat uit een centrale gang met links en rechts daarvan lobben. De verpleegafdelingen zijn ondergebracht in twee torens boven de centrale gang. Op deze manier is, zoals ook is gebleken, maximale flexibiliteit gewaarborgd.
De flexibele opzet is geen overbodige luxe, omdat de Nederlandse gezondheidszorg sterk in beweging is. Deels omdat ziekenhuizen in opdracht van de regering de kosten moeten drukken, deels omdat de medische en verpleegkundige mogelijkheden steeds groter worden, worden patiënten steeds vaker poliklinisch of in dagverpleging behandeld. Voorzover ze worden opgenomen, wordt de verblijfsduur steeds korter: deze bedraagt inmiddels minder dan tien dagen, wat half zo hoog is als dertig jaar geleden. De afgelopen twintig jaar heeft het St. Elisabeth Ziekenhuis net als collega-instellingen geworsteld met de opgave om tegelijkertijd te bezuinigen en de productie te verhogen.
Het huidige St. Elisabeth Ziekenhuis beschikt over vrijwel alle in Nederland erkende medische specialismen. Het bedient hiermee de regio Tilburg, maar levert ook bovenregionale en topklinische zorg. Te noemen zijn de in-vitrofertilisatie, coördinatie van de aids-bestrijding in een groot deel van de provincie Noord-Brabant, de dialyse, de plastische chirurgie en de bijzondere tandheelkunde. Neurochirurgie is nog steeds een speerpunt, waardoor ook de traumatologie tot ontwikkeling is gekomen. Het St. Elisabeth Ziekenhuis is in 1999 aangewezen als regionaal traumacentrum en opende in 2002 als eerste in Nederland een Gamma Knife-centrum. Naast topklinische zorg is het St. ELisabeth Ziekenhuis TIlburg ook een groot opleidingsziekenhuis.
Een symbool van het, na een periode van bezuinigingen, herwonnen zelfvertrouwen is de in 2001 geopende Medische Boulevard, en die een waardevolle aanvulling op de reguliere ziekenhuiszorg biedt en die volledig commercieel wordt gefinancierd. Hier heeft ook het Netwerk Acute Zorg Brabant (voorheen Traumacentrum Brabant) onderdak. Het ziekenhuis is daarnaast initiatiefnemer en partner van de Brabant Medical School (BMS) en was verbonden aan de Bergland Kliniek Tilburg. Intussen zijn de activiteiten van de Bergland Kliniek sinds 2009 geïntegreerd in het St. Elisabeth Ziekenhuis. De locatie aan de Berglandweg wordt gebruikt door het St. Elisabeth Ziekenhuis. Samen met Revalidatiecentrum Leijpark dat naast het ziekenhuis is gevestigd, heeft het St. Elisabeth Ziekenhuis een Ronald McDonald Huis. In mei 2007 is het ziekenhuis NIAZ- geacrediteerd.
Als u meer wilt weten over de geschiedenis van het St. Elisabeth Ziekenhuis raden we u graag onderstaande boeken aan.
Rozen van Elisabeth, honderdvijfenzeventig jaar St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg
Auteur: Rob Wolf
Uitgeverij SUN, Amsterdam 2002
ISBN 90 5875 077 9
Halve eeuw Medische Staf vanaf 1953
Auteurs: Jacques Lockefeer, Jan de Graaff en Boud Gerritsen
Eigen publicatie 2007, in beperkte oplage
Informatie kunt u vragen via de afdeling Communicatie van het St. Elisabeth Ziekenhuis.