
Van elke honderd patiënten die in Nederlandse ziekenhuizen worden opgenomen, krijgen er ongeveer zes een infectie. Dit zijn zo'n 65.000 mensen per jaar. Helaas zijn deze infecties niet altijd te voorkomen, maar door juiste hygiënische maatregelen is het aantal infecties wel aanzienlijk te verminderen.
Een infectie is een reactie van het lichaam op het binnendringen van micro-organismen, zoals bacteriën en virussen. De patiënt wordt er ziek van, krijgt bijvoorbeeld koorts of een wond wordt rood, warm en er komt pus uit. Welke bacteriën zijn het en hoe komen ze het lichaam binnen, heeft de patiënt een zwakke gezondheid? Dat alles speelt een rol.
Een ziekenhuisinfectie is een infectie die u kunt oplopen tijdens het verblijf of de behandeling in het ziekenhuis.
Patiënten die gebruik moeten maken van de gezondheidszorg, vragen niet om een infectie. Zo'n infectie zorgt bij de patiënt en zijn naaste omgeving voor veel leed. Toch komen infecties helaas veelvuldig voor. Gevolgen van deze infecties variëren van ongemak tot pijn, angst, ziek zijn, verminderd operatieresultaat en invaliditeit. Soms zelfs zijn ze (mede) doodsoorzaak. Met optimale infectiepreventiemaatregelen kunnen een aantal van deze infecties worden voorkomen.
Alle Nederlandse ziekenhuizen voeren een actief beleid in infectiepreventie. De adviseur infectiepreventie initieert, begeleidt en ondersteunt de invoering van dit beleid. Zo signaleert de adviseur situaties in het ziekenhuis, die besmettingen in de hand werken. Door regelmatig mee te kijken bij handelingen bij de patiënt kunnen adviezen ter verbetering worden gegeven. Het zoeken naar oorzaken van ziekenhuisinfecties is ook een taak. De adviseur infectiepreventie kijkt naar het aantal ziekenhuisinfecties dat ontstaat en vergelijkt dat onder andere met de aantallen in de andere Nederlandse ziekenhuizen. Aan de hand daarvan wordt verder onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken van te hoge aantallen ziekenhuisinfecties.
Een andere taak is het uitvoeren van microbiologisch onderzoek (het kweken van diverse oppervlakken, middelen of medewerkers). Hiermee kunnen bacteriën aangetoond worden, die leiden tot een eventuele besmetting, bijvoorbeeld ongevoelige bacteriën zoals MRSA.
De adviseur infectiepreventie stelt beleidsadviezen, procedures en instructies voor medewerkers op. Hierin staat bijvoorbeeld beschreven hoe het beste een infuus kan worden ingebracht.
Verder ondersteunt de adviseur het management bij het invoeren van maatregelen om infecties te voorkomen en te bestrijden. Scholing van medewerkers is dan ook een belangrijk deel van het vak. Als na een uitgebreide instructie de nieuwe maatregelen zijn ingevoerd, moeten ze ook gecontroleerd worden op naleving ervan. De adviseur toetst dan ook of ingevoerde maatregelen op de juiste wijze worden uitgevoerd en of het gewenste effect is bereikt.