Hoe werkt een zenuw?
Gepubliceerd: 22 augustus 2006
Een zenuwcel lijkt op een antenne. Hij vangt boodschappen op
en geeft ze weer door. De boodschap verplaatst zich met een
elektrisch stroompje door de antenne. Dat gaat heel snel.
Zenuwcellen geven boodschappen door aan andere zenuwcellen of
aan spieren. Dat hangt ervan af welke soort zenuwcel het is. Er
zijn drie soorten:
- zenuwcellen die de spieren sturen;
- zenuwcellen die boodschappen van het lichaam doorgeven,
zoals pijn, warmte en kou;
- zenuwcellen die de organen binnenin het lichaam
besturen.
Een zenuwcel kan wel een meter lang zijn.
Om boodschappen door te geven aan andere zenuwcellen gebruikt de
zenuwcel een chemische stof, een neurotransmitter. Een paar
belangrijke zijn:
- Acetylcholine. Spierzenuwcellen gebruiken acetylcholine
voor bewegingen. Acetylcholine is ook nodig bij het denken en
het geheugen.
- Dopamine. Speelt ook een rol bij bewegen. Te veel dopamine
geeft | wanen en hallucinaties (P1)| (psychose).
- Serotonine. Regelt onze stemming.
- Melatonine en histamine. Zorgen beide onder andere voor het
slaap-waakritme.
- Adrenaline. Bereidt het lichaam voor op snelle actie bij
stress en gevaar (vechten of vluchten). De hartslag versnelt,
de bloeddruk wordt hoger en andere lichaamsprocessen (zoals de
spijsvertering) worden even stopgezet.
- Endorfine. Dempt pijn en geeft een gelukkig gevoel. Het
lichaam maakt endorfine aan bij zware lichamelijke
inspanningen, bijvoorbeeld bij een bevalling of het lopen van
een marathon.
wanen
niet met de werkelijkheid overeenstemmend denkbeeld, dat zich niet laat corrigeren en waarbij de patiënt niet de behoefte heeft om te controleren of het klopt; bijvoorbeeld grootheidswaan, achterdochtswaan, armoedewaan enz.
stress
toestand, waarin het evenwicht van de biofysiologische functies in het lichaam is verstoord door te grote lichamelijke of geestelijke spanning en die bepaalde afweermechanismen in werking doet komen
bloeddruk
druk die het bloed op de binnenwand van de bloedvaten uitoefent