
Een TIA is een tijdelijke storing in de hersenen doordat er even te weinig bloed is in een deel van de hersenen. Het is eigenlijk een kortdurende beroerte (CVA). TIA is de afkorting van de Engelse naam 'transient ischaemic attack'.
De oorzaken van een TIA zijn vergelijkbaar met die van een
beroerte. Meestal ontstaat een TIA doordat bloedpropjes met
vetachtig materiaal en kalk uit de wand van bloedvaten loslaten.
De propjes lopen uiteindelijk vast in de kleine bloedvaten van de
hersenen. Daardoor wordt een bloedvat afgesloten en krijgen de
hersenen tijdelijk te weinig zuurstof. Ook samengeklonterde
bloedplaatjes of bloedstolsels kunnen een TIA veroorzaken. Een
TIA begint plotseling en duurt meestal vijf tot vijftien
minuten, bijna nooit langer dan enkele uren.
Mensen met een hoge bloeddruk, aderverkalking, een hartziekte of
suikerziekte hebben meer kans om een TIA te krijgen.
Het kan zijn dat mensen één keer een TIA krijgen, maar vaak herhalen TIA's zich, soms al binnen een dag, soms maanden later. Een TIA kan een voorbode zijn van een beroerte. Ongeveer 30% van de mensen die een TIA hebben gehad krijgt later een beroerte.
De verschijnselen van een TIA verschillen per persoon en zijn afhankelijk van de plaats in de hersenen waar te weinig zuurstof is. De klachten zijn tijdelijk, ze gaan dus na de TIA weer over. Mogelijke verschijnselen zijn:
Het is belangrijk dat de oorzaken van een TIA worden behandeld omdat dan een beroerte kan worden voorkomen. De eerste stap in de behandeling is dan ook het verminderen of voorkomen van de risicofactoren, bijvoorbeeld hoge bloeddruk. Het hangt van de oorzaak af welke behandeling u krijgt. Bij een hoge bloeddruk kunt u bijvoorbeeld medicijnen krijgen. Ook samenklontering van bloedplaatjes kan met medicijnen (meestal aspirine) bestreden worden. Soms zijn de halsslagaders zo ernstig vernauwd dat ze met een operatie verwijd moeten worden. De vetachtige aanslag aan de binnenkant van deze slagaders wordt dan verwijderd.