logo
Ondersteuning » Palliatieve Zorg » Dehydratie
tekst verkleinentekst vergroten tekstgrootte

Dehydratie

Onder dehydratie wordt letterlijk een tekort aan de hoeveelheid water in het lichaam verstaan. De hoeveelheid water in het lichaam wordt bepaald door de inname van vocht via de mond en de uitscheiding via de blaas, de ontlasting, de huid (zweet) en de uitademing. Bij dehydratie is het evenwicht tussen inname en uitscheiding verstoord als gevolg van een verminderde inname of een verhoogde uitscheiding. Dehydratie kan verschillende oorzaken hebben.

Verminderde inname van vocht

Verhoogd verlies van vocht

  • braken
  • diarree
  • bloeding in maagdarmkanaal
  • gebruik van plastabletten
  • niet goed werken van de bijnier
  • verhoogd calciumgehalte in het bloed
  • overmatig zweten
  • vocht in de buikholte
  • onderhuidse bloedingen, bloedingen in buikholte of borstholte

Klachten en verschijnselen

Dehydratie leidt tot vele verschillende klachten en verschijnselen, zoals:

  • dorst
  • droge mond, lippen en tong
  • droge en slappe huid
  • ingevallen gezicht / oogkassen
  • vermoeidheid
  • lusteloosheid
  • verstopping
  • gewichtsverlies
  • spiertrekkingen
  • verminderde urineproductie
  • versnelde hartslag
  • apathie of delier, bewustzijnsdaling

Veel van de hierboven beschreven klachten kunnen ook apart voorkomen zonder dat er sprake is van dehydratie.

Mogelijke behandeling bij dehydratie

  • behandeling van de oorzaak van de dehydratie met medicijnen
  • het gebruik van plastabletten stoppen
  • in bepaalde situaties vocht toedienen (via de mond, neussonde, PEG-katheter of infuus)
  • goede mondverzorging (zie droge mond)
dehydratie
tekort aan vocht in de lichaamsweefsels; uitdroging
dehydratie
tekort aan vocht in de lichaamsweefsels; uitdroging
misselijkheid
neiging tot braken
diarree
veelvuldige brijachtige tot waterdunne ontlasting
bloedingen
bloeduitstortingen, slagaderlijke bloeding enz.
behandeling
activiteit van een zorgaanbieder gericht op het herstel en voorkomen van verergering van een aandoening of beperking, naast andere activiteiten als begeleiding, consultatie of verblijf, om te voldoen aan individuele zorgvragen; een van de zeven awbz-functies