
Hemodialyse (centrumdialyse) is de 'klassieke' vorm van dialyse. Het bloed van de patiënt wordt enige malen per week met behulp van een dialysemachine door een kunstnier geleid. Hierdoor worden afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd. Deze behandeling wordt in ons dialysecentrum uitgevoerd en duurt gemiddeld drie tot vier uur per behandeling.
Om dialyse mogelijk te maken is een goede bloedtoevoer nodig. Dit wordt bereikt door het aanleggen van een zogenaamde 'shunt' of 'fistel'. Dit is een verbinding tussen een slagader en een ader. Dankzij deze verbinding ontstaat een groot, krachtig bloedvat, dat gemakkelijk aan te prikken is met een naald en dat voldoende bloed geeft voor de dialyseprocedure. Een shunt wordt door een chirurg aangelegd met behulp van een 'eigen' bloedvat of een kunstvat. De voorbereidingen voor deze operatie worden op de vaatpoli gedaan. Meestal wordt een shunt in de arm aangelegd. Voordat een shunt bruikbaar is moet er vaak nog zes tot acht weken gewacht worden om hem te laten 'rijpen'.
Als een patiënt acuut moet dialyseren of als de shunt nog niet geschikt is voor het aanprikken, dan wordt er gedialyseerd via een femoralis-, jugularis-, of getunnelde jugulariskatheter. Een katheter is geschikt voor kort of voor lang verblijf. Deze dubbellumen katheter wordt op de afdeling Dialyse ingebracht door een nefroloog.
Thuishemodialyse betekent dat de behandeling thuis wordt ondergaan. De patiënt wordt bijgestaan door een verpleegkundige (verpleegkundig dialyse assistent (VDA)) en/of een partner. Een partner kan de eigen levenspartner zijn, maar ook een ander familielid of een goede kennis die bereid is een opleiding te volgen en de patiënt bij de dialyses te begeleiden. De opleiding hiervoor wordt gegeven door Dianet; een organisatie die thuishemodialyse verzorgt (meer informatie hierover vind u bij dianet
). De patiënt blijft wel onder medische controle bij de nefroloog uit het St. Elisabeth Ziekenhuis.
Iedere maandag is er een spreekuur op de dialyseafdeling waarbij de vaatchirurg en de shuntverpleegkundige aanwezig zijn. Dit als voorbereiding voor de operatie bij (pre-)dialysepatiënten die een shunt krijgen of problemen hebben met de shunt. Ook kunnen de patiënten die een PD-katheter krijgen, samen met de peritoneaal dialyseverpleegkundige op dit spreekuur komen.