
Gepubliceerd: 5 juli 2012

Nadat een zaadcel de eicel heeft weten te bereiken én binnen heeft weten te dringen, vindt de eigenlijke bevruchting plaats en ontstaat er een embryo. Het embryo zal vervolgens door de eileider actief in de richting baarmoeder worden vervoerd. Voor dit vervoer in de juiste richting moet de binnenbekleding van de eileider onbeschadigd zijn.
In de baarmoederholte aangekomen moet het embryo zich vervolgens innestelen om daar te gaan groeien.
Het vermogen van een embryo om te kunnen innestelen en door te groeien is een blijk van kwaliteit van het embryo.
Het ultieme bewijs van goede embryokwaliteit is een voldragen gezonde baby.
In 27% van de gevallen van verminderde vruchtbaarheid is er sprake van "onverklaarbare verminderde vruchtbaarheid".
Alles lijkt in orde, maar er vindt geen innesteling plaats in de baarmoeder, mogelijk ten gevolge van een mindere embryokwaliteit.
Van deze 27% wordt 60 à 70% overigens binnen 3 jaar alsnog zwanger.
De tekening laat de eisprong zien en het afdalen en innestelen van een embryo.