
U hebt er lang naar uitgekeken en u bent in het St. Elisabeth Ziekenhuis voorbereid op de thuiskomst van uw baby. Thuis verzorgt u uw baby helemaal zelf en leert u hem/haar echt kennen. Op deze pagina volgen wat tips die u kunt gebruiken.
Om een baby veilig te kunnen vervoeren, hebt u een Maxi-Cosi of een ander autostoeltje nodig. Een baby mag nooit los in een auto worden vervoerd, ook niet in een reiswieg op de achterbank. Zelfs niet als deze vastgezet kan worden, uw kind ligt er tenslotte los in. Als u zelf geen auto hebt, vraagt u dan of iemand u kan ophalen of neem een taxi. Uw kind is nog te kwetsbaar om met het openbaar vervoer, per fiets of in de draagzak te worden vervoerd.
De vervelende tijd in de couveuse heeft zijn weerslag op het gedrag van te vroeg geboren kinderen. Eenmaal thuis huilen ze vaak meer en schrikken ze sneller dan op tijd geboren kinderen. Vaak hebben te vroeg geboren kinderen de neiging om rug, armen en benen te veel te strekken en het hoofd naar achteren te duwen. Juist van dat overstrekken worden kinderen heel onrustig, en ze drinken er vaak slechter door. Daarnaast hebben de kinderen meestal nog geen goed dag-nacht-ritme als ze thuis komen uit het ziekenhuis. Dat komt doordat ze in het ziekenhuis vaak gestoord werden in hun slaap, ook ‘s nachts.
Na een paar dagen wordt meestal een patroon zichtbaar. Misschien blijkt dan dat een kind altijd ‘s middags tussen vijf en zeven uur huilt, of altijd na de voeding. Weten hoe het patroon van uw kind is, kan het gehuil al wat draaglijker maken. Ook kunt u proberen bezigheden te verzinnen voor die moeilijke uren, bijvoorbeeld in bad doen, ronddragen in een draagzak of met de baby op de bank gaan liggen. Uit de manier waarop uw kind zich gedraagt, blijkt meestal wat het wil. Om zich prettig te voelen zal het op deze wijze vragen om een bepaalde benadering, om een bepaalde manier van aanpak. Iedere baby doet dit op zijn eigen manier.
Omdat te vroeg geboren baby’s in de eerste maanden vaak nog zo schrikachtig en onrustig zijn, is het verstandig om ze niet te veel te prikkelen. Aan de andere kant is het wel goed om ze te stimuleren door tegen ze te praten of met ze te spelen. Door goed naar uw kind te kijken, kunt u zien wanneer het aan contact toe is en wanneer het beter met rust kan worden gelaten.
Op de afdeling hebt u al geleerd hoe u moet omgaan met de borst- of flesvoeding. In de onderstaande folders kunt u alles nog eens rustig nalezen.
De temperatuur van de kamer waar uw kind ligt, hoeft niet extra warm te zijn. Een gewone kamertemperatuur van 20 tot 22°C is goed. De wieg kunt u het beste daar neerzetten waar u het zelf prettig vindt. Sommige ouders willen hun kind, zeker ’s nachts, dichtbij zich hebben op hun slaapkamer. Maar een eigen kamer kan natuurlijk ook. Veel ouders schaffen een babyfoon aan om toch vooral hun kind te kunnen horen. Dit kan heel nuttig zijn, maar is lang niet altijd nodig. Wanneer het huis niet extreem groot is of wanneer uw kind niet ver weg ligt, kunt u het best zonder babyfoon horen. En denkt u eraan dat een babyfoon álle geluiden versterkt, dat kan soms wat veel worden.
Het is raadzaam om op de dag van thuiskomst de temperatuur van uw baby op te nemen. Een temperatuur tussen de 36.8°C en 37.4°C is normaal. Is de temperatuur lager dan 36.8C dan kunt u een extra molton dekentje, of eventueel een kruikje, in het bedje leggen. Ook is het raadzaam uw baby een mutsje op te zetten, omdat een baby via het hoofd makkelijk afkoelt. Controleer de temperatuur bij de volgende voeding opnieuw. Is de temperatuur hoger dan 37.4C dan kunt u een dekentje van het bed afhalen of iets van de kleding uitdoen. Controleer de temperatuur dan altijd bij de volgende voeding opnieuw. Gedraagt uw kindje zich niet zoals u gewend bent en is de temperatuur na de beschreven maatregelen opnieuw onder de 36,8°C of boven de 37.4°C, dan is het raadzaam even contact op te nemen met de huisarts, omdat een blijvende ondertemperatuur of verhoging/koorts kan wijzen op een infectie.
U zult uzelf wel eens afvragen of uw kind wel warm genoeg is aangekleed als u naar buiten gaat, of dat u misschien beter helemaal nog niet met hem naar buiten kunt gaan. Bedenkt u dat een kind ook te warm kan worden aangekleed. Houdt u steeds in uw achterhoofd dat uw eigen intuïtie u heel goed raad kan geven. Hebt u twijfels, overleg dan met iemand uit het ziekenhuis, met uw huisarts of met de wijkverpleegkundige.
Het naveltje houdt u schoon met een alcoholoplossing van 70%. Nadat de navelstreng is afgevallen, gaat u door met deze verzorging totdat het naveltje helemaal droog blijft. De drogist en apotheek verkopen de alcohol en gaasjes die u nodig hebt.
Op de afdeling hebt u al geleerd uw baby te baden. Op deze manier kunt u dit thuis ook doen. Baby’s gaan snel spugen als ze met een volle maag in bad gaan. Daarom kunt u uw baby het beste voor de voeding in bad doen. U kunt de temperatuur van het bad controleren met een badthermometer (37°C) of eventueel met uw elleboog voelen.
Indien uw baby medicijnen moet innemen, kunt u deze het beste toedienen voor de voeding, tenzij anders is voorgeschreven. U kunt de medicijnen geven met een theelepeltje of met behulp van een speentje. Doe de medicijnen nooit door de voeding! Wanneer uw baby de fles dan niet helemaal leegdrinkt, weet u niet wat uw baby heeft binnengekregen.
Wij wensen u en uw baby een fijne, onbezorgde tijd toe.