
De afkorting CT staat voor Computer Tomografie. Dat wil zeggen dat er met behulp van een computer dwarsdoorsneden van het menselijk lichaam kunnen worden gemaakt. Op de foto’s is de vorm, structuur en ligging van organen en weefsels goed te zien.
Bij de CT-scan wordt, net als bij gewone röntgenfoto’s, gebruik gemaakt van röntgenstralen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de radiologisch laborant. De radioloog beoordeelt de foto's.

Algemeen:
Speciaal:
Soms is er een speciale voorbereiding nodig. Meer informatie over deze voorbereiding, het verloop van het onderzoek en bijzonderheden na het onderzoek kunt u lezen in de patiëntenfolder. Wij raden u daarom aan om de desbetreffende patiëntenfolder aandachtig door te lezen. Er zijn speciale folders voor:
CT-onderzoek van de buik
CT colonscopie
CT geleide punctie
Cardiale CT
Voor het CT- onderzoek ligt u meestal op uw rug op een tafel. De laborant schuift u door de opening van het apparaat tot de plaats die moet worden onderzocht. Deze opening is een ring en geen afgesloten tunnel. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk ligt. Terwijl u door de ring 'schuift' worden de foto’s
gemaakt.
Bij patiënten die extra zorg nodig hebben (bijvoorbeeld onrustige patiënten of jonge kinderen) is het mogelijk dat een ouder of begeleider erbij blijft tijdens het onderzoek. Maar aangezien een CT-scanner gebruik maakt van röntgenstralen, wordt hier zeer terughoudend mee omgegaan.
Bij veel onderzoeken op de CT-scan wordt gebruik gemaakt van een contrastmiddel. Dit wordt via een infuus toegediend. Indien u een port–a–cath hebt, kan het contrastmiddel ook hier doorheen worden gegeven. Als u op dezelfde dag nog bloed moet laten prikken, dan raden wij u aan dit tot na het onderzoek uit te stellen. Het infuus kunnen wij dan laten zitten, zodat u maar één keer geprikt hoeft te worden.
Bij sommige onderzoeken zal u gevraagd worden uw adem 10 tot 20 seconden in te houden. Dit zorgt ervoor dat de verkregen beelden niet bewogen zijn.
Tijdens het onderzoek is de laborant in de ruimte naast de kamer. De laborant kan u zien door een raam en met u praten via een intercom. Als de CT-scan is gemaakt, gaan alle gegevens naar de computer, waar ze worden verwerkt tot de uiteindelijke beelden. De opgeslagen gegevens kunnen achteraf gebruikt worden voor een driedimensionale reconstructie van het onderzochte gebied. De duur van een CT- onderzoek varieert van 5 tot 30 minuten.
![]() |
![]() |
Er wordt gebruik gemaakt van twee verschillende contrastmiddelen. Zij worden ieder op hun eigen wijze toegediend:
Het contrastmiddel dat via de aders wordt ingespoten verdwijnt via de nieren weer uit uw lichaam. Het belangrijkste probleem dat zich kan voordoen na toediening van dit contrastmiddel is een tijdelijke of blijvende verslechterde werking van de nierfunctie. Dit geldt vooral voor patiënten die bekend zijn met bepaalde nieraandoeningen. Hierover kunt u meer lezen op de pagina over contrastmiddelen.
Voor iedereen geldt dat veel drinken voor en na het onderzoek aan te raden is.
Voor een scan van de buik moet u vaak een uur eerder aanwezig zijn om contrastmiddel te drinken. U kunt terugvinden in de patiëntenfolder die u hebt gekregen of dit in uw geval ook nodig is.
Het contrastmiddel wordt via een infuus in de aderen gespoten. Deze toediening verloopt in verreweg de meeste gevallen zonder problemen. Wel kunt u een warm gevoel door uw lichaam krijgen, een rare smaak in uw mond en het gevoel dat u uw urine laat lopen. Deze bijwerkingen trekken binnen een paar minuten vanzelf weer weg. U kunt hierna zonder bezwaar weer auto rijden. Er is een kleine kans dat er na enige tijd nog bijwerkingen optreden als gevolg van de contrasttoediening. Wees hier alert op! Late reacties kunnen inhouden: huiduitslag, jeuk, galbulten, benauwdheid, etc. Mocht u een dergelijke reactie bij uzelf constateren, raadpleeg dan binnen kantooruren de afdeling Radiologie en buiten kantooruren uw huisarts (huisartsenpost). Als u bij een eerder onderzoek met een contrastmiddel een allergische reactie hebt gekregen, vertelt u dit vóór het onderzoek aan uw arts en de laborant die het onderzoek uitvoert. Soms krijgt u dan een ander onderzoek, of worden er voorzorgsmaatregelen genomen.
Na het onderzoek kunt u meteen naar huis of naar de afdeling waar u bent opgenomen. De radioloog bekijkt de CT-beelden en maakt een verslag van het onderzoek. Het verslag gaat naar uw behandelend specialist. U krijgt de uitslag dus niet direct na het onderzoek.
De CT-scan wordt gemaakt met röntgenstralen. Het verschil met een gewone röntgenfoto is dat bij de CT-scan de röntgenbuis en de detector om het lichaam heen draaien. De ronddraaiende röntgenbuis zendt röntgenstraling uit die door het lichaam gaat. Als de straling het lichaam aan de andere kant weer verlaat, wordt deze opgevangen door de detector. Deze zet vervolgens de straling om in beelden/foto’s.
De weefsels van ons lichaam zoals bot, long en vet hebben verschillende dichtheden. Hierdoor wordt er meer of minder röntgenstraling doorheen gelaten. De informatie die op de detectoren komt, is dus per weefsel verschillend. Dit verschil zet de computer om in verschillende grijstinten die samen het uiteindelijke beeld vormen.
![]() |
![]() |
De verschillen tussen een CT-scan en een MRI-scan worden hier uitgelegd.