
De afkorting MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. Bij dit onderzoek maken we gebruik van een magnetisch veld en radiogolven. Hierdoor worden in het lichaam signalen opgewekt. De computer zet deze signalen om in beelden. Zo zijn organen, bloedvaten, spieren en andere weefsels in het lichaam tot in detail zichtbaar te maken. Een radiologisch laborant voert het onderzoek uit. De radioloog beoordeelt de gemaakte beelden.
De MRI-magneet trekt metalen voorwerpen aan. Het is daarom zeer belangrijk dat u géén metalen of magnetische voorwerpen bij u hebt in de onderzoeksruimte. Het onderzoek kan daardoor mislukken. Wij vragen u onderstaande voorzorgsmaatregelen te nemen:
Als u last hebt van claustrofobie, dus als u niet in een kleine ruimte durft (bijvoorbeeld een lift), kan dit onderzoek moeilijk voor u zijn. Geef dit altijd door aan de radiologisch laborant. Wij raden u aan om iemand mee te nemen die tijdens het onderzoek bij u kan zitten. U krijgt altijd een alarmbel in uw hand, waarmee u in geval van nood de laborant kunt waarschuwen. Ook kan de laborant u altijd zien en horen.
Rustgevend medicijn
U kunt bij de specialist die het MRI- onderzoek aanvraagt, of uw huisarts een recept voor een rustgevend medicijn krijgen. Neemt u dit medicijn op tijd in en houdt u er rekening mee dat u na inname van dit medicijn nog 6 tot 8 uur last kunt hebben van sufheid/slaperigheid. Dit is per persoon verschillend, maar u kunt niet meer actief deelnemen aan het verkeer en ook andere taken, waarbij nauwkeurigheid en oplettendheid belangrijk zijn, kunnen nadelig worden beïnvloed. Daarom moet u zelf vervoer van en naar het ziekenhuis regelen. 
Meer informatie over het verloop van het onderzoek en bijzonderheden na het onderzoek kunt u lezen in de patiëntenfolder. Soms is er een speciale voorbereiding nodig. Wij raden u daarom aan om de betreffende patiëntenfolder aandachtig door te lezen. Er zijn ook folders beschikbaar over MRI-onderzoek bij kinderen, MRI-onderzoek van de dunne darm, MRI-onderzoek van de prostaat en MRI-onderzoek van het hart.
Voor het onderzoek ligt u meestal op uw rug op de onderzoekstafel.
Afhankelijk voor welk onderzoek u komt, krijgt u een coil (meetapparaat, antenne) op of om het te onderzoeken lichaamsdeel of over uw hoofd geschoven. Daarna schuift de laborant de tafel waarop u ligt in een verlichte tunnel die aan de voor- en achterkant open is. Het onderzoek duurt ongeveer 20 tot 45 minuten. Het is heel belangrijk dat u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk ligt. De opname mislukt namelijk als u beweegt. Het MRI- onderzoek is in principe niet pijnlijk. Hebt u zelf echter zoveel pijn dat u denkt niet gedurende 20 tot 45 minuten stil te kunnen liggen, neemt u dan een pijnstiller in. Een recept hiervoor kunt u krijgen van uw specialist die het MRI- onderzoek aanvraagt, of bij uw huisarts vragen. Denkt u eraan deze pijnstiller op tijd in te nemen. Raadpleeg hiervoor de bijsluiter of het etiket.
Tijdens het onderzoek hoort u een hard, kloppend geluid, vergelijkbaar met een klop- of hamerboor. U krijgt een koptelefoon op of oordoppen in, zodat u zo min mogelijk last van het kloppende geluid hebt. U mag een eigen cd met muziek meenemen, die u tijdens het onderzoek kunt beluisteren. Tevens krijgt u een belletje in de hand waarop u kunt drukken in geval van nood.
Het kan nodig zijn om voor of tijdens het onderzoek een contrastvloeistof (Gadolinium) in een ader te spuiten. Dit gebeurt via een infuusnaald in de onderarm. Het contrastmiddel geeft contrastverhoging en vergemakkelijkt het zichtbaar maken van abnormale structuren in verschillende delen van het lichaam. Het wordt afgeraden contrastmiddel toe te dienen tijdens de zwangerschap tenzij er geen alternatief voorhanden is. Geeft u borstvoeding, dan is dit geen reden om te stoppen. Dit contrastmiddel geeft zelden bijwerkingen. Onbehagelijke gevoelens op de injectieplaats als warmte-, koude- en of pijnsensaties worden af en toe gezien.
Na het onderzoek kunt u meteen naar huis of naar de afdeling waar u bent opgenomen. De radioloog bekijkt de MRI-beelden en maakt een verslag van het onderzoek. Het verslag gaat naar uw behandelend specialist. U krijgt de uitslag dus niet direct na het onderzoek.

Er is een constant magnetisch veld aanwezig in de MRI-kamer. In dit sterke magneetveld worden radiogolven verspreid. Elk weefsel in het lichaam reageert op een specifieke wijze op deze ingestuurde radiogolven. Het signaal dat het lichaam vervolgens uitzendt, wordt opgevangen en omgezet in een beeld. De opgeslagen gegevens kunnen achteraf gebruikt worden voor een driedimensionale reconstructie van het onderzochte gebied. MRI heeft als voordeel dat er geen röntgenstralen aan te pas komen. Er zijn geen biologische of schadelijke effecten bekend van het gebruik van MRI. Hierdoor bestaat de mogelijkheid om iemand mee te nemen in de onderzoeksruimte.
De verschillen tussen een CT-scan en MRI-scan worden hier uitgelegd. Hieronder ziet u voorbeelden van MRI-beelden.
| MRI-beeld meerdere richtingen |
![]() |