
Bij het maken van röntgenfoto's worden stralen vanuit een stralenbron door het lichaam van een patiënt heen op een gevoelige plaat geprojecteerd. Botten houden de stralen tegen en geven dus schaduwen. Door de aard van de stralen te veranderen kan de hardheid van de schaduw worden beïnvloed. Hierdoor kan van elk bot of orgaan de optimale foto worden gemaakt.
Foto's waarbij geen medische ingrepen noodzakelijk zijn, worden door radiodiagnostisch laboranten gemaakt en beoordeeld op insteltechniek en beeldkwaliteit.
Net als bij gewone foto's kunnen deze foto's wel eens mislukken, bijvoorbeeld omdat de patiënt beweegt tijdens het maken van de foto, of omdat de belichting niet goed is. Daarom moet de patiënt, nadat de opname gemaakt is, in het kleedhokje of de wachtkamer wachten tot de foto op de monitor is beoordeeld. Als de laborant heeft geconstateerd dat het gebied dat beoordeeld moet worden op de foto goed te zien is, kan de patiënt weer terug naar de afdeling of naar huis.
Om op een foto maag en darmen zichtbaar te krijgen, wordt een contrastmiddel toegepast. Dat is een middel dat net als de botten de stralen niet of veel minder laat doordringen tot op de gevoelige plaat. Afhankelijk van het soort onderzoek wordt een contrastvloeistof ingeslikt of via de anus ingebracht.
Bij sommige aandoeningen geeft een foto onvoldoende gegevens om een goede diagnose te kunnen stellen, bijvoorbeeld omdat het te onderzoeken orgaan in beweging is. Dan worden de röntgenbeelden op film of video vastgelegd. Doordat deze onderzoeken onder doorlichting plaatsvinden, kan de arts op een beeldscherm zien waar het contrastmiddel zich op elk moment bevindt. Het maken van nauwkeurige foto's wordt hierdoor veel eenvoudiger.